De cijfers liegen niet – deel 2: Blind vertrouwen

“En zo zijn er vele voorbeelden.” Zo eindigde de vorige post in deze serie naar aanleiding van mijn lezing ‘De cijfers liegen niet’. Vandaag tijd voor het vervolg.

Foto door Lianhao Qu op Unsplash

Om dit in een wat algemener perspectief te plaatsen: de hele dag hebben we de beschikking over data, over numerieke informatie. Steeds vaker en steeds meer spelen kwantitatieve analyses een belangrijke rol; in de artikelen die we lezen, bij de meningen die we vormen of bij het nemen van beslissingen.
Bovendien meten we ook steeds vaker onszélf. Hartslag, aantal stappen, aantal trappen omhoog, actieve minuten per week. Het gebruik van de gezondheidsfunctie van een smartwatch of app op je telefoon is inmiddels heel gewoon. En ook de vele lijstjes in bulletjournals*, een nieuwe trend op een oud medium, zijn een manier om allerlei gegevens van jezelf te verzamelen en inzichtelijk te maken.
Maar bovenal worden er de hele dag gegevens óver ons verzameld, vaak zonder dat we er ons heel erg bewust van zijn. Ons online gedrag. Ik ben laatst geschrokken toen ik een demonstratie kreeg van wat je als bedrijf allemaal met de bewegingen van de bezoekers van je website kunt doen. Iets wat we allemaal wel weten, maar waarvan ik mij op dat moment realiseerde dat ik er te weinig bij stil sta hoe ver dat gaat. Onze bewegingen in de publieke ruimte. We zijn te zien op camera’s. Onze online betalingen laten zien waar we geweest zijn en wat we deden. We checken in en uit op het station en onze telefoon haakt op allerlei netwerken aan. En ook in je werk wordt je veel meer dan vroeger gemeten. Mijn eerste lezingen gaf ik gewoon, nu is het bijna standaard dat ik een cijfer en beoordeling krijg na afloop.

Foto door Luco Dugaro op Unsplash

Als je er zo bij stilstaat is het eigenlijk bijzonder dat we vooral heel blij zijn met de houvast die al die gegevens en numerieke analyses ons bieden. Ze geven ons een gevoel van zekerheid. Je zou zelfs kunnen zeggen dat dat verslavend is. We leven in een maatschappij van maakbaarheid. We lijken steeds meer moeite te hebben met onzekerheid of ongeluk. En dan is objectiviteit prettig. Op basis daarvan kun je echt rationale keuzes maken, onderbouwen wat je gaat doen en dus valt je dan na afloop ook niets te verwijten.

Die behoefte aan houvast geldt misschien nog wel het meest voor alles wat ons dierbaar is. Onze gezondheid en die van onze naasten. Of de toekomst van onze kinderen. ‘Evidence based’ en ‘evidence informed’ zijn niet voor niets in opkomst in het onderwijs. Meetbaarheid speelt een groeiende rol in het Nederlandse onderwijs. Met de komst van digitaal lesmateriaal zijn we nog beter in staat de voortgang van leerlingen in cijfers te vangen. Bijna elke ouder in Nederland ziet de cijfers van zijn of haar puberende dochter of zoon in Magister, soms nog eerder dan de kinderen zelf. En de roep om ons onderwijs in te richten op basis van bewezen technieken wordt steeds groter. Tegelijkertijd wordt alles wat niet in hard cijfermatig bewijs is vastgelegd geframed als experiment.

Steeds meer lees ik waarschuwende geluiden; dat we niet zomaar blind moeten vertrouwen op cijfers en algoritmes. In Nederland kennen we het boek van Sanne Blauw*, waarin ze cijfers op hun plek probeert te zetten. Internationaal vind ik het boek ‘Weapons of math destruction’ van Cathy O’Neil* zeer de moeite waard. O’Neil, wiskundige, laat in dit boek en de vele lezingen die ze geeft, voorbeelden zien van hoe algoritmes in allerlei gebieden van ons leven de bocht uit vliegen. Ze waarschuwt hoe dergelijke algoritmes een ontwrichtende werking kunnen hebben in het leven van individuen. Maar ook hoe zij de democratie kunnen ondermijnen. Ze laat zien dat er veel meer op het spel staat dan “ik heb helemaal niets te verbergen”. Het mooie aan het werk van O’Neil vind ik dat ze laat zien wanneer algoritmes destructief kunnen worden en daarmee geeft ze ook meteen richting aan de remedie. Ze laat zien hoe we zo met algoritmes om kunnen gaan dat ze van enorme meerwaarde zijn voor onze maatschappij. Haar werk pleit ervoor om kritischer met elkaar in gesprek te gaan over dit soort ontwikkelingen. Het geeft het belang aan van echt te begrijpen wat hier gebeurt en daar grenzen aan te stellen.

Samenvattend kunnen we zeggen dat de voorbeelden laten zien dat we niet zomaar blind kunnen vertrouwen op de cijfers. Ook al willen we dat vaak ontzettend graag. Dat betekent dus dat we deze neiging tot blind vertrouwen bij onszelf in de gaten moeten houden. (Big) data, AI, we kunnen er heel erg veel goeds mee doen, maar er kleven ook zeker gevaren aan. De ontwikkelingen op dit gebied hebben grote impact op onze maatschappij én op persoonlijk vlak, dus we kunnen ons er niet zomaar van wegdraaien. Dit gaat over de beslissingen die je zelf neemt, maar ook die over jou genomen worden; of je geschikt wordt bevonden voor bepaald werk, of je een lening kunt afsluiten tegen gunstige tarieven, of je wel gezond genoeg leeft om cadeaus van je verzekeringsmaatschappij te krijgen, of de postcode van je huis voldoende vertrouwen wekt, of de politie je heel vaak controleert. Deze ontwikkelingen maken dat het steeds lastiger om een outlier te zijn.

Foto door Timothy Eberly op Unsplash

Hoe kunnen wij onszelf hier tegen wapenen? Het is goed om je daarbij te realiseren dat het hier niet gaat om enkel kwade bedoelingen die je moet zien te herkennen. De voorbeelden laten zien dat het juist ook vaak met de beste bedoelingen mis kan gaan. Soms omdat er te weinig kennis is van wat je wel en niet met data mag doen. Andere keren ligt de oorzaak in gegroeide gewoontes in het omgaan met numerieke informatie waar niet meer kritisch op wordt gereflecteerd. En andere keren gaat het om gevolgen die je niet altijd van tevoren kunt overzien*.

Wat zijn dan de oplossingen?
We zouden alles wat we tegenkomen kunnen checken. Ik weet niet hoe dat met jou zit, maar voor mij zou dat ondoenlijk zijn.
We kunnen de andere kant kiezen: alles wantrouwen wat we lezen. Dat is een zorgelijke ontwikkeling die we ook veel op internet zien. Het betekent een devaluatie van feiten. En als we niet uitkijken dan komen feiten en meningen op hetzelfde niveau te staan. Dat is echt de baby met het badwater weggooien. We raken daarmee ook al het goede van wetenschap kwijt.
Ik denk dat er nog een 3e weg is, die ik kritisch wiskundig denken heb genoemd*. Dat wil zeggen: kritisch denken met gebruik van je wiskundige toolkit. Het geeft je de mogelijkheid een voorselectie te maken, rode vlaggen te laten wapperen bij die dingen die je echt even moet checken. Daarmee vang je al heel veel dingen af.

We zijn hier vandaag op een congres over rekenen-wiskunde en onderwijs. Leuke inleiding, maar wat moeten we daarmee in het onderwijs?

. . . . . to be continued . . . . .


Noten*:


Op 10 januari gaf ik een lezing op de Panama conferentie onder de titel: De cijfers liegen niet!
De inhoud van deze lezing is verwerkt in een serie blogposts, waarvan dit de tweede is.
Meer lezen?
Deel 1: Objectief
Deel 2: Blind vertrouwen
Deel 3: Beeld van wiskunde
Deel 4: Rekenen en wiskunde
Deel 5: Doelen voor onderwijs

Contact

Heb je vragen? Stuur je bericht dan via het formulier hieronder.