Paardensprong

De paardensprong uit het schaakspel is ook in puzzels populair. Zoals bij de woordpuzzel waar je een 8-letterwoord vindt door met de paardensprong door een vierkant heen te springen:

Welk woord kun je met de paardensprong maken?

Deze puzzel vind je in apps, puzzelboekjes en het is ook een vast onderdeel van ‘2 voor 12’. Het interessante is dat ik daar nooit een deelnemer zie die de reeks van de paardensprong opschrijft. Altijd wordt er ‘uit het hoofd’ gepuzzeld: op zoek naar de eerste letter of een stuk van het woord.

Toch gaat het allemaal een stuk sneller en eenvoudiger als je wél pen en papier gebruikt.

De paardensprongen vormen een ‘gesloten circuit’

Gebruik je de paardensprong dan spring je in een vast patroon door het vierkant. Bij de puzzel gaat het er dan nog om of je ‘linksom’ of ‘rechtsom’ door de ster gaat én om het startpunt. Als je gewoon maar ergens begint en een van de twee richtingen kiest dan krijg je bijvoorbeeld het volgende beeld:

S I W E D N U K

Je moet nu deze reeks letters in twee delen knippen bij de eerste letter en het linker− en rechterdeel verwisselen. Dan lees je het oplossingswoord van links naar rechts of van rechts naar links.

In het voorbeeld hierboven herken je dan misschien het KUNDE van rechts naar links gelezen. En inderdaad, je kunt het rijtje knippen in SIW en EDNUK. Omdraaien van de delen levert EDNUKSIW en in dit geval moet je rechts beginnen met lezen.

Link met vakdidactiek

Dit voorbeeld doet me denken aan twee zaken uit de vakdidactiek.

  1. Er bestaan allerlei ongeschreven afspraken in het onderwijs. En soms kloppen die, maar niet altijd. Zo denken leerlingen bij het rekenen vaak dat je het ´minder´ is als je iets opschrijft. Aan ´uit het hoofd´ kleeft soms onterecht het idee van echt goed in rekenen−wiskunde zijn. Ik vind het mooi hoe vakdidactici als Boaler, Liljedahl en Cobb dit soort ideeën ´challengen´.
  2. In dit voorbeeld beschrijf je een probleem op twee manieren. De eerste is nog als de paardesprong in het vierkant, de tweede is het in twee stukken lezen van het te vinden woord. Wat opvalt is dat hoewel het om hetzelfde probleem gaat, de moeilijkheid van het probleem anders lijkt. Dat doet me denken aan het voorbeeld van het raster uit het werk van Sfard. (On the dual nature of mathematical conceptions)

Contact

Heb je vragen? Stuur dan een mail naar info@bruin-muurling.nl.