Van sommige ideeën weet je nog wanneer je gedachten er voor het eerst mee speelden. Het idee “het goede antwoord” intrigeert me al een poosje.
Het eerste beeld dat me daarbij triggerde was op de NOT (Nederlandse Onderwijs Tentoonstelling) ergens halverwege mijn promotie traject. We zagen daar een plankje met 4 tekeningen. De kleuters voor wie het plankje bedoeld is, moeten zeggen welk van deze vier plaatjes niet in het rijtje thuis hoort. Het ging om 3 plaatjes van fruit, en 1 van groente. Maar . . . de illustrator had de artistieke vrijheid genomen een hap uit de getekende appel te nemen. Daarmee werd de appel ook een uitstekende kandidaat om niet in het rijtje thuis te horen.
Wat zegt het dus als een kind als antwoord de appel geeft. Heeft hij of zij nog niet geleerd wat het verschil tussen groente en fruit is? En/of hebben we te maken met een heel creatief kind?
Vaak is de gedachte om opgaven zo te maken dat ze niet voor meerder interpretatie mogelijk zijn. Daar is wat voor te zeggen vanuit toetsingsoogpunt. Maar didactisch vind ik het een gemiste kans. Bovenstaand voorbeeld laat al zien dat, als je aan de leerling vraagt zijn keuze uit te leggen, je een enorme bron van informatie kunt krijgen over het denken van die leerling.
Maar eigenlijk zou ik nog een stapje verder willen gaan. Door juist vragen te creëren, waarvoor meerdere goede antwoorden mogelijk zijn kun je een heel interessante discussie starten in een klas en tot kernconcepten komen.
Een simpel voorbeeld is de vraag “om hoeveel procent gaat het hier?” bij de volgende foto:
Kunt u trouwens zeggen welk icoon in de header van deze post er niet bij hoort?
Tot slot daag ik u uit om een dergelijke opgave te verzinnen waarbij elk van de 4 alternatieven een goed verdedigbaar antwoord is!

