Stappenplannen

Ze wijzen de weg naar succes (lees: het goede antwoord). Goed idee! Toch?

Voor Euclides schreef ik samen met Irene van Stiphout een artikel over de voor- en nadelen van het gebruik van stappenplannen in het wiskunde onderwijs. Stappenplannen zie je regelmatig terug in de lesboeken, maar ook wanneer je lessen observeert. Je zou ze als een symptoom van ‘answer getting’ kunnen zien: leerlingen op een zo efficiënt mogelijke manieren leren correcte antwoorden te geven op de vragen die aan hen in toetsen worden gesteld. Maar zo simpel ligt het niet.

Stappenplannen geven (leerlingen) steun en dus een gevoel van vertrouwen en zekerheid. Je zou een stappenplan bovendien kunnen zien als een eerste stap in het algoritmiseren; wanneer je een bepaald type probleem door een computer wilt laten oplossen, dan heeft de computer daar een ‘stappenplan’ voor nodig. Dat wil zeggen een programmaatje of een formule. Nadenken over dat stappenplan betekent nadenken over de algemene kenmerken van een bepaald type probleem en de algemene kenmerken van de oplossingsstrategie. Het betekent ook een keuze welke varianten van het probleem met welke procedure worden afgehandeld.

Wat als we het probleem iets veranderen? Is het stappenplan dan nog geldig?

Stappenplannen zijn dus eigen aan de wiskunde. Maar . . . alles valt of staat bij de manier waarop je ze in de les gebruikt en met welk doel. Laten ze geen enkele ruimte meer voor de leerling om na te denken, wordt wiskunde niet meer dan het kiezen van het juiste stappenplan en deze uitvoeren, dan heeft dit negatieve effecten op het kritisch wiskundig denken van leerlingen. Zijn ze een eindproduct van een denkproces dan kunnen ze ‘the best of both worlds’ bieden.

Het hele artikel is te lezen in Euclides: Van Stiphout, I., Bruin-Muurling, G. (2018). Stappenplannen: handig of toch niet? Euclides, 93(7), 4-7

Contact

Heb je vragen? Stuur je bericht dan via het formulier hieronder.