Kennis als basis voor verandering

Knowledge and difference

 

Ik ben dol op citaten. Daarom elke maand een nieuwe quote.

Het citaat van deze maand vat één van mijn pijlers samen. Voor mij heeft vakdidactiek grote meerwaarde als het je kaders biedt om naar je eigen onderwijs te kijken en als die kaders je helpen om te begrijpen wat er gebeurt. Dan kan het je richting geven in de beslissingen die je neemt in het ontwerpen van je eigen onderwijs.

De strijd tegen talent – ook in het onderwijs?

MT strijd tegen talent

Op de voorkant van de Management Team (MT) van september:

De strijd tegen talent.

Een themanummer over talent en het benutten van talent in het bedrijfsleven. De uitspraak is een tegenhanger voor “the war for talent”. De gedachte is dat een talent met veel moeite binnen wordt gehaald in een bedrijf, maar zich vervolgens moet conformeren aan de organisatie. Toptalenten zijn juist uniek. Ze blinken ergens in uit! Het inpassen in een organisatie naar een bepaalde blauwdruk laat echter weinig ruimte voor unieke talenten.
Organisaties lijken meer nadruk te leggen op de zwaktes dan op het verder ontwikkelen van talenten. En als je eerlijk bent, waarvan krijg je nu meer energie en inspiratie?

Mogelijke gevolgen:

  • Steeds meer werknemers voelen zich niet betrokken bij hun werk en een aanzienlijk deel is eigenlijk ‘afgehaakt’.
  • Er ontstaat een enorme onderbenutting van aanwezig potentieel.

Overigens wordt benadrukt dat deze strijd tegen talent niet opzettelijk wordt gevoerd; het zit als het ware in ons systeem en manier van denken verstopt.

De link werd niet direct gelegd, maar ik zie een overlap met ons onderwijs waar we kinderen ook constant langs de standaard meetlat leggen. Het is zoals in de quote van Einstein:  . . . if you judge a fish by its ability to climb a tree . . .

Zoals ook voor het bedrijfsleven werd bepleit: talentontwikkeling is voor iedereen belangrijk, niet alleen voor de high potentials.

 

60 wat?

100_4282

Hoe hard mag je hier rijden? De één zegt 60, de ander 60 kilometer en weer een ander heel netje 60 kilometer per uur.

In het dagelijks leven weten we precies wat er bedoeld wordt, zonder dat we de eenheden erachter zetten. Meestal dan, want bij wandelborden kan het wel eens tricky zijn; die komen in tijd of afstand.

Maar . . . zouden we in de klas niet iets preciezer moeten worden in het gebruik van de eenheden in dit soort contexten?

Voor mij was het tijdens mijn studie in Delft een openbaring toen we bij het vak mechanica leerden om altijd de eenheden te checken; dimensie analyse. We moesten altijd controleren of de eenheden klopten:

snelheid = afstand : tijd
km/u = km : u

De eenheden die je kent verklappen je gewoon hoe je moet rekenen!

Dus afstand uitrekenen als je de snelheid en de tijdsduur weet? De afstand is in km. De snelheid in km/u en de tijd in u. Alleen als je snelheid en tijd met elkaar vermenigvuldigt kloppen de eenheden weer:

snelheid x tijd = afstand
km/u x u = km

Dat hadden ze me best wel veel eerder mogen uitleggen!

Diploma

HAN bibliotheek

Vandaag is er diploma uitreiking van de vier lerarenopleidingen van het HAN Master programma.

In de prachtige entourage van de bibliotheek aan de Berg- en dalseweg krijgt één van onze masterstudenten wiskunde zijn diploma. Heerlijk om de bevlogenheid van deze verse 1e-graads docenten met al zoveel ervaring in het onderwijs, te zien.

Het goede antwoord is . .

Welke hoort hier niet bij-

Van sommige ideeën weet je nog wanneer je gedachten er voor het eerst mee speelden. Het idee “het goede antwoord” intrigeert me al een poosje.

Het eerste beeld dat me daarbij triggerde was op de NOT (Nederlandse Onderwijs Tentoonstelling) ergens halverwege mijn promotie traject. We zagen daar een plankje met 4 tekeningen. De kleuters voor wie het plankje bedoeld is, moeten zeggen welk van deze vier plaatjes niet in het rijtje thuis hoort. Het ging om 3 plaatjes van fruit, en 1 van groente. Maar . . . de illustrator had de artistieke vrijheid genomen een hap uit de getekende appel te nemen. Daarmee werd de appel ook een uitstekende kandidaat om niet in het rijtje thuis te horen.
Wat zegt het dus als een kind als antwoord de appel geeft. Heeft hij of zij nog niet geleerd wat het verschil tussen groente en fruit is? En/of hebben we te maken met een heel creatief kind?
Vaak is de gedachte om opgaven zo te maken dat ze niet voor meerder interpretatie mogelijk zijn. Daar is wat voor te zeggen vanuit toetsingsoogpunt. Maar didactisch vind ik het een gemiste kans. Bovenstaand voorbeeld laat al zien dat, als je aan de leerling vraagt zijn keuze uit te leggen, je een enorme bron van informatie kunt krijgen over het denken van die leerling.
Maar eigenlijk zou ik nog een stapje verder willen gaan. Door juist vragen te creëren, waarvoor meerdere goede antwoorden mogelijk zijn kun je een heel interessante discussie starten in een klas en tot kernconcepten komen.
Een simpel voorbeeld is de vraag “om hoeveel procent gaat het hier?” bij de volgende foto:
100_4179
Je kunt daarmee al vrij snel tot de kern komen: wat is je referentie? Wat zie je als 100%!

Kunt u trouwens zeggen welk icoon in de header van deze post er niet bij hoort?

Tot slot daag ik u uit om een dergelijke opgave te verzinnen waarbij elk van de 4 alternatieven een goed verdedigbaar antwoord is!

De verwarde leerling

100_4108

De verwarde leerling.

Het lijkt soms wel het ergste wat er kan gebeuren. Allerlei theorieën zijn er op gericht om dit te voorkomen. Een les is pas goed als alles duidelijk was. Van tevoren moet je weten waar je als leerling aan toe bent.

Dit lijkt wel eens haaks te staan op leren door verwondering. Door de verrassing, het cognitieve conflict, of even op het verkeerde been gezet zijn. Verwondering als motivatie om te gaan leren.

Als het pad al helemaal is uitgestippeld, alle hobbels gladgestreken en alle scheuren in de weg zijn dichtgemaakt , wat valt er dan nog te ontdekken?

Dan Meyer beschrijft dit in zijn bekende TED-talk. Hij beschrijft hoe het huidige onderwijs in Amerika lazy problem solvers creëert. Als remedie stelt hij voor de vragen in schoolboeken te veranderen in vragen zonder tussenstappen.

En ook in de Nederlandse wiskundeboeken worden opgaven nogal eens gekenmerkt door een onderverdeling in kleine deelstappen: a, b, c, d etc.

Wat zou het dus mooi zijn om wat vaker de verwarring van de leerling te omarmen en ze de tijd en kans te geven zelf op onderzoek uit te gaan.

 

Niets is echt moeilijk

 

niets is echt moeilijk

Ik moet eerlijk bekennen dat ik bij het maken van deze foto vooral bezig was met het instellen van mijn camera. Pas later werd ik ‘verliefd’ op de tekst op dit bordje.

Krijgen de ‘nul’ en het ‘niets’ de aandacht die ze verdienen in ons onderwijs?

Appels en peren

appels en peren
Op dit moment ben ik weer druk bezig met observaties in groep 7 voor een onderzoek naar breuken. Het optellen van niet gelijknamige breuken staat nu bijna overal op het programma. En dan hoor ik vaak iets in de trant van ‘appels en peren kun je niet optellen’. Een mooie beeldspraak die ook bij het leren van algebra nogal eens van stal wordt gehaald.
En toch . . . in het dagelijks leven willen we het vaak wel: appels en peren vergelijken of optellen.
Die gedachte schoot door mijn hoofd toen ik op het nieuws hoorde dat Eelco Sintnicolaas bij de 7 kamp in Göteborg Europees kampioen geworden is. Want hoe vergelijk je prestaties in tijd en afstand? Hoe kun je die prestaties bij elkaar optellen? . . . bij atletiek is de ‘list’  de prestaties om te zetten in punten en die op te tellen. Maar de manier waarop je dat doet blijft dan natuurlijk altijd arbitrair en open voor discussie. Appels blijven immers appels en peren peren, en die laten zich niet vergelijken of optellen.
Zou het niet mooi zijn om dit soort gedachten wat vaker in het wiskunde onderwijs terug te laten komen?

Wie maken het onderwijs

 Wie-maken-het-onderwijs-coverJip Kruis - boekpresentatie wie maken het onderwijs
Vandaag was een feestelijke dag. Voor het eest heb ik een boekpresentatie bijgewoond. En dan ook nog van een boek waaraan ik een bijdrage heb mogen leveren.
In het Comenius museum in Naarden bood Jip Kruis het boek “Wie maken het onderwijs?”  aan de directeur van het museum aan.
In het boek geven verschillende educatieve auteurs inzicht in hun vak en hun drijfveren. Een brede verzameling verhalen die samen een mooi beeld vormen van ons vak.
Het boek is te koop via deze website.

Real Life Rekenen

RealLife
Met enige trots ontving ik van Zwijsen de boekjes van Real life rekenen. Zo’n voldoening om je eigen werk mooi vormgegeven en in print te zien . .
Ik hoop dat leerlingen en docenten er net zoveel plezier aan gaan beleven als aan de Rekentijgers. Met een heel fijn team was het maken ervan in ieder geval een mooie ervaring. We hebben een aantal authentieke contexten gevonden die nieuw zijn voor het rekenonderwijs. De layout ondersteunt het nemen van stappen in probleemoplossen en het toepassen van rekenkennis.
Hier kun je meer lezen over de uitgangspunten van Real life rekenen en een deel van het materiaal bekijken.

Inspirerend reken- & wiskundeonderwijs